Aan het werk!

Serieuze zaken nu!

Hieronder staan berichten uit de periode dat ik in Moskou studeerde. Leuke en leerzame tijd, maar nu ben ik weer aan het werk. Ik ben in te huren voor al uw teksten en andere journalistieke werkzaamheden. Mijn interesse en werkgebied zijn nog altijd breed en ik sta open voor zeer uiteenlopende opdrachten. Wekelijkse rubrieken, interview, reportages, eindredactie, een keer brainstormen over uw relatiemagazine, clubblad, buurtbericht en alles wat daar tussenin zit: ik kan het allemaal.

Onder het kopje portfolio vindt u een kleine selectie van mijn eerder geproduceerde verhalen en bij contact vindt u, verrassend genoeg, mijn contactgegevens. Neem ook gerust contact met mij op als u niet zeker weet of uw opdracht ook in mijn straatje past! Stiekem heb ik werken best gemist toen ik studeerde, dus ik ontvang alle klussen met enthousiasme.

Met vriendelijke groet,

Margreeth.

Weer thuis!

Morgen vijf maanden geleden trok ik de voordeur van mijn flat achter me dicht. En vandaag deed huisgenoot Frederik ‘m weer voor me open! Heerlijk om weer thuis te zijn, in mijn eigen spullen te zitten en alles in één keer te kunnen vinden. reizen weg zijn, ik vind het heerlijk, maar ik zou niet zo maar voor altijd weg kunnen gaan.

Mijn geluk hield met de landing in Eindhoven zaterdag op. Ryanair was verrassend twintig minuten te vroeg en dus zat ik nog voordat ik officieel zou landen op de bus te wachten. Klinkt als geluk, maar twee lieve vriendinnen wilden me op Eindhoven verrassen en zij waren net een kwartiertje te laat… En ik had nog steeds geen telefoon! Erg jammer, want ik had het een fantastische verrassing gevonden, ik had er niet eens over nagedacht dat er iemand op het vliegveld zou kunnen staan! Maar het is wel weer een mooi verhaal.

Aan de verhalen komt nu eventjes een eind, maar zodra ik weer op pad ben, schrijf ik weer een blog. Wie weet wel weer heel snel! In de rechter zijbalk staat een knop ‘hou me op de hoogte’, als je daar je e-mailadres achterlaat, krijg je een melding zodra ik weer een bericht plaats. (En ook niet vaker dan dat!)

Familie, vrienden en volslagen onbekenden, dank voor het meelezen en het commentaar!

Uit het dagboek van een vrachtwagenchauffeur

20 mei 2010.

Voor de verandering gisteren weer eens een lifter opgepikt. Net buiten Fauske stond een jongedame langs de weg met een bordje Mo i Rana te zwaaien. Ze bleek zelfs naar het vliegveld van Trondheim te willen. Laat ik daar nou net langskomen op weg naar Denemarken!

Rond een uur of twaalf verplichte plaspauze op de poolcirkel. Ook meteen maar ontbeten en de liftster ook een flink ontbijt gekocht. Het was me wel duidelijk geworden dat ze weinig geld op zak had, dus ze kon niet weigeren.

De rit verliep voorspoedig en in gezelschap ging het nog snel ook. We kletsten een heel eind weg, over reizen, trucker zijn en binnenvaart in Nederland. Grappig hoe er best overeenkomsten zijn: de tachograaf, omgaan met je lading, nooit weten wanner je op een stop een collega tegenkomt. Ook maffe verschillen trouwens, wist je dat de belastingvrije diesel in Nederland niet groen, maar rood gekleurd is?

Op mijn gebruikelijke plek stopte ik voor de tweede pauze. Even douchen en avondeten. Opnieuw de liftster getrakteerd, ze was maar wat blij met haar stukkie vis en warme douche.

Inmiddels was ik er achter gekomen dat ze nog geen slaapplaats had voor de nacht en ik bood haar het tweede bed in mijn cabine aan. Ze zei niet meteen ja en legde uit dat het voor een meisje alleen wel een risico is. Begrijpelijk, maar ik zei dat ik te vertrouwen ben. Maar ja, aangezien haar vorige vrachtwagenchauffeur geprobeerd had zijn bewezen diensten in nature terugbetaald te zien, was ze wat terughouden. Niettemin, na een uurtje nadenken stemde ze in.

Stjordal, waar ze naartoe wilde, gingen we niet meer halen, ik had er al te veel uren opzitten. Dus stopten we op een parkeerplaats net buiten Steinkjer. Een Duits echtpaar met camper maakte meteen een praatje, en mijn liftster kon voor tolk spelen.

Zo lang ze het leuk vond trouwens, opeens kwamen we in een verhitte discussie terecht en de jongedame klonk erg kwaad. Ik weet niet precies wat er aan de hand was, maar het ging over Marokkanen. Daarna wilde het gesprekn iet meer vlotten dus kropen we ons bed in.

Ook niet erg, want om vijf uur zaten mijn negen uur rust er op en ging de wekker weer. De lifster zette ik om half zeven op plaats van bestemming af en ik zit nu weer in mijn eentje te ontbijten…

Weer op pad, moet in Oslo de boot naar Denemarken halen.

Per.

Het leven is GOED!

Dat was nou iets wat ik nog nooit had geprobeerd op reis: liften.

Ik ga het vaker doen! Man, wat een belevenis! Dit is wellicht een nog beter manier om vreemde mensen tegen te komen. En als meisje alleen is het nog kei-simpel ook. Van Nesseby naar Tromsoe, 698 kilometer, kostte me zondag slechts 14 uur en drie lifters. En dat terwijl een deel van de weg was afgezet en iedereen de pont moest nemen. Daar liep de wachttijd op tot zes (6!!) uur, waarop mijn lift besloot om te keren. Maar niet getreurd: ik liep tot vooraan de rij en had zomaar een nieuwe lift!

Vandaag was het de beurt voor het traject Tromsoe-Fauske, 497 kilometer. Gelukt in slechts 10 uur! Wel zes chauffeurs versleten, maar ze waren allemaal even boeiend. Een kleine opsomming:

Tien minuutjes wachten in Tromsoe en ik vond een docent filmtechnieken, geboren en getogen in Nordkapp, fervent geocacher. Ik had mijn koffie nog niet op in de middle of nowhere, of een Brit, ervaren lifter, wist een goed plekje voor me en bracht me vijf kilometer verder.

Daar vond ik binnen een kwartier een vrachtwagen chauffeur die 50 ton veevoer rondreed en vroeg of we misschien ‘a little more fun’ konden hebben. (Aantekening voor mezelf: vraag niet aan vrachtwagenchauffeurs waar ze slapen…)

Dertig kilometer voor Narvik, pikte binnen een kwartier een 59-jarige vrouw op weg naar het ziekenhuis me op. ‘Ik neem nooit lifters mee, maar ik voel me niet zo lekker, dus het is fijner als ik niet alleen rijdt.’

In Narvik stond ik zeker driekwartier in de regen de wachten op een lift, maar ik vond een stille, ruige kerel, die 25 jaar lang een hondensleebedrijf had gehad op Spitsbergen en nu nog drie keer per jaar als gids mee gaat op expedities naar de Noordpool. Geweldige vent!

In het plaatsje waar hij me achterliet zei meer dan één bewoner tegen me dat ik beter de bus kon pakken, maar wederom binnen twintig minuten vond ik een vader en zoon die het weekend in het wild hadden doorgebracht. Toen ik opmerkte nog nooit een eland te hebben gezien, werd dat direct hun missie. De chauffeur zag er één, draaide meteen de weg af het bos in, kwam vast te zitten, maar ik zag mooi wel mijn eerste eland!

Ze brachtten me, tien kilometer uit hun route, op een camping net buiten Fauske, waar ik nu in een privé hut gratis zit te internetten. En nu ga ik daar mee ophouden, want ik ga droge sokken aantrekken en naar de fjord wandelen!

Man, wat is het leven mooi.

Magere koeien, W. F. Hermans en een klein krantje

Nooit meer slapen, daar moet ik hier voortdurend aan denken. Nee, niet vanwege al dat daglicht, maar vanwege het boek van Willem Frederik Hermans. Ik las het voor mijn literatuurlijst op het vwo en sindsdien wilde ik met eigen ogen zien hoe Finnmark er uit ziet. Het ziet er uit zoals Hermans het beschreef: leeg, wild en kaal. Heel veel rotsen en een paar schemielige boompjes die dronken lijken. De permafrost tast de wortels zo sterk aan dat ze niet meer recht kunnen groeien.

Er ligt ook nog overal sneeuw hier.

Maar eigenlijk is al die leegte heel erg mooi. Met Christina en haar vriend reden we donderdag naar Hamningberg, wat de Noren ook wel het eind van Noorwegen noemen. Een uitstekende plek voor een lunch in de zeewind. Heerlijk, die rust, leegte en stilte. Ik kon er geen genoeg van krijgen!

Waar ik ook geen genoeg van kon krijgen waren de ‘magere koeien’ langs de weg. ‘Kijk daar eens!’ riep Christina in de auto. Ik keek en merkte op dat die koeien wel erg mager waren. Hilariteit alom, wat ik voor magere koeien aan zag waren toch echt… Rendieren! We bleven ze zien, bochten zijn hier in Noord-Noorwegen niet alleen spannend voor het verkeer, ook omdat er zomaar een rendier midden op de weg kan staan. Waarom rendieren, rendieren heten is me trouwens een raadsel, ze waggelen vooral.

Als je op de foto klikt wordt-ie groter en kun je het zien: rendieren!

Maar stiekem het állerleukste van mijn bezoek aan Vadsoe vond ik het werk van Christina. Ze werkt voor de krant Finnmarken, een krant met een oplage van 6000 stuks, verspreid over heel Finnmarken, een gigantisch gebied. Heel ouderwets, maar fantastisch om te zien: de krant wordt nog ter plekke gedrukt! Toen ik woensdag aankwam was net de krant van donderdag op de persen gezet, ik heb nog nooit zo’n verse krant in mijn handen gehad. Ik begreep eindelijk waar die ouwe kerels op mijn vorige werk altijd zo romatisch over zaten te doen… ;)

Christina en vriendje maken foto van elkaar.

Morgen op weg voor de laatste etappe: liftend naar Trondheim! Daar heb ik vrijdag een vliegtuigje naar Oslo en daar dan zaterdag weer een vliegtuig naar Eindhoven…

Zonsondergang: 23.35. Zonsopkomst: 01.05.

Natuurlijk, ik wilde graag Christina weer zien, een vriendin die ik al een jaar of drie niet had gezien. Maar een andere belangrijke reden voor mijn bezoek aan Noord-Noorwegen is de midzomernacht. Het heeft me altijd gefascineerd en ik wilde het wel eens meemaken.

Maar dat het me zó sterk zou beïnvloeden, dat zag ik niet aankomen. Bijna een week geleden kwam ik Moermansk aan en sindsdien heb ik geen nacht echt goed geslapen. En dat terwijl ik toch echt behoorlijk moe ben. Maar mijn lichaam vindt het maar vreemd om in de slaapstand te gaan als het buiten gewoon licht is.

Vandaag was de zon anderhalf uur onder. Maar wie wel eens een zonsondergang en -opkomst goed heeft bekeken, weet dat het nog (en al) zeker een half uur behoorlijk licht is voor het zover is. Oftewel: het was vandaag een half uurtje tamelijk schemerig, maar nog niet zo donker dat we binnenshuis lichten aan moesten doen. Ik bedoel maar.

Nog verrassender vind ik mijn gebrek aan gevoel voor tijd. Ik heb geen mobiele telefoon en mijn horloge is ergens in Sochi achtergebleven, dus ik kan niet kijken hoe laat het is. Toen ik vanmorgen wakker werd, had ik echt geen flauw benul van de tijd, het kon werkelijk alles tussen 04.00 en 12.00 zijn.

Al met al behoorlijk frustrerend en ik heb een stuk meer respect gekregen voor de mensen die hier wonen. Midzomernacht klinkt aangenaam en romantisch, maar het is een hele uitdaging jezelf er op aan te passen.

Een stempeltje te weinig…

Ook al weet ik dat alles in orde zou moeten zijn, ik knijp ‘m toch altijd een beetje als ik weer bij de grens sta om Rusland uit te gaan. De regels voor een Russisch visum kunnen gecompliceerd zijn als je het allemaal zelf regelt en je weet nooit waar ze een foutje vinden. Bovendien steek ik nog wel eens op afgelegen plekken de grens over, waar normaal gesproken alleen inwoners van Rusland of het buurland oversteken.

Dus ik wachtte geduldig, toen de douanebeambte mijn paspoort bekeek op de grens tussen Rusland en Noorwegen. Het vier keer doorbladeren en tegen het licht houden verbaasde me weinig en ik staarde onverschillig voor me uit. Douanebeambte haalde er een collega bij, ook niet zo verrassend. Grote kans dat ze nooit eerder een Nederlands paspoort hadden gezien, dus expertise van een collega kan handig zijn.

Maar toen stapte de collega het hokje weer uit, mét mijn paspoort, en werd ik verzocht weer terug te gaan, naar de verkeerde kant van de grens. Er was me nog geen enkele vraag gesteld, terwijl ik ze nu eindelijk in het Russisch zou kunnen beantwoorden. Intussen werden de andere reizigers de grens overgelaten, inclusief alle passagiers van mijn bus. Na twintig minuten kwam de chauffeur een kijkje nemen. Ja, ik stond nog steeds te wachten. Nog eens tien minuten later kwam de collega terug, met mijn paspoort en mocht ik weer in het hokje stappen.

Niet dat het daarmee was opgelost. Nog steeds overleg, nog steeds door mijn paspoort bladeren en me indringend aankijken. Na een minuut of wat doorbrak ik de stilte en vroeg of ze me op z’n minst een paar vragen zouden kunnen stellen, die hen misschien verder zou kunnen helpen. Waar ik geweest was, vroeg de beambte. Ik draaide mijn riedeltje af, en toen ik het woord Abchazië liet vallen stonden de ogen van de douaniers ineens begrijpend. Twee stempels en ik mocht gaan.

Maar ik wilde toch wel erg graag weten wat er nou mis was en ik vroeg wat ik fout had gedaan. Wat bleek, in Abchazië was mijn paspoort alleen gestempeld bij binnenkomst, niet toen ik Rusland uit ging. En twee entry-stempels en geen exit stempel is toch wel wat vreemd. Maar als ze nou gewoon meteen hadden gevraagd waar ik was geweest…

Niettemin: nu in Noorwegen en het is toch ook wel eens fijn weer in een efficiënt land te zijn!

Vreemde barbecue

Als het op vreemde barbecues aankomt, ben ik toch redelijk wat gewend. Ik kan me er een in mijn examenklas van de middelbare school herinneren, waarin we de hele dag in de brandende zon een plaatsje vrijhielden op het strandje in de Biesbosch en dat er op het moment dat we verzamelden een gigantische onweersbui losbarstte. Door de stromende regen een half uur fietsen naar het huis van een klasgenoot en daar met z’n dertigen in de gang uitdruipen en barbecuen in de keuken. En zo herinner ik me wel meer vreemde barbecues, of barbecues die vreemd eindigden. Dat krijg je als je je huis drie jaar op rij openstelt voor de barbecue van je journalistenklasje…

Maar mijn barbecue van vandaag spant werkelijk de kroon. Ik wilde graag nog wat natuur zien rond Moermansk, maar een Rus gaat niet zonder doel de natuur in. Je moet op z’n minst een mangal (barbecue voor sjasjliki) bij je hebben en wat te eten. Dat het maar drie graden en bewolkt was, deed er helemaal niet toe. Bovenop de heuvel die we beklommen stond een stevig wind en er lag overal nog sneeuw. Na een uurtje ging de motregen over in natte sneeuw, maar ook daar laat een Rus zich niet door tegenhouden.

En ik moet zeggen: de verbrande kip smaakte er eigenlijk alleen maar beter door.

Mangal.

Een koude, maar mooie plek voor een barbecue.

Dag van de overwinning

De tekenen waren al weken op straat te zien: 9 mei, dag van de overwinning is een belangrijke nationale feestdag in Rusland. Half april hingen de eerste reclameborden al, met teksten als ’65 jaar overwinning’ en ‘(gefeliciteerd) met de overwinning’. De feestklueren oranje en zwart waren overal te zien en vanaf 1 mei (dag van de arbeid) hadden in Sochi bijvoorbeeld alle bussen en taxi’s een oranje/zwart lint aan de buitenspiegel hangen. Kortom: belangrijke feestdag.

In Moermansk werd, zoals in vrijwel alle grote steden, overwinningsdag gevierd met een militaire parade. Regimenten in alle soorten uniforms kwamen voorbij gemarcheerd, gevolgd door orkesten en tanks in alle soorten en maten, met of zonder raketten op het dak. Langs de route stonden duizenden mensen, en ik stond niet vooraan, dus helaas geen behoorlijke foto’s.

Op een heuvel net buiten Moermansk staat het oorlogsmonument, een 36 meter hoog standbeeld van een soldaat, liefkozend Aljosja genoemd. De parade trok daarnaar toe en zo’n beetje heel Moermansk kwam er achteraan. Een kilometer of vijf wandelen in de ijskoude wind en sneeuw (ja hoor, kan best, sneeuw in mei) maar best de moeite waard: een schitterend uitzicht en dit keer stonden we wel vooraan toen de parade langskwam.

Een deel van de parade.

Aljosja.

Stalins datsja

Als half Rusland naar Sotsji komt om er te ontspannen, kun je er vanuit gaan dat ook de hoogwaardigheidsbekleders van dit land met enige regelmaat naar het zuiden trekken. Vrijdag stonden we een kwartier stil in een zijstraat van de belangrijkste weg in Sotsji. Waarom, vroeg ik. “Oh,” antwoordde Nina’s vader, “Poetin wil er langs.” De minister-president van Rusland heeft hier een paar dagen doorgebracht en hem mag geen strobreed in de weg worden gelegd. Dus staat de rest van Sochi stil terwijl Poetin langsrijdt.

Net als Poetin had ook Stalin hier een datsja, en die is tegenwoordig te bezichtigen. Het grootste deel is een hotel en conferentiecentrum, maar voor een tientje kun je de snelste tour allertijden krijgen. Niettemin boeiend. Zo zijn bijvoorbeeld alle sleutelgaten afgedekt, omdat Stalin doodsbenauwd was dat er iemand door naar binnen zou kijken. De traptreden zijn minder hoog dan gebruikelijk, want Stalin was maar een klein mannetje. En als je in het hotel logeert, kun je een potje biljarten met Stalins eigen keu: korter en zwaarder dan een normale keu.

Stalins zwembad

De buitenkant.